LIC Leer- en Innovatiecentrum

Hoe zet je emoties in bij leren?

In Het brein en emoties: hoe werkt dat? zijn we dieper ingegaan op de werking van ons brein, het limbisch systeem en de rol van neurotransmitters en hormonen.
Waarom zijn emoties belangrijk voor leren? behandelt vervolgens de hechte relatie tussen emotie en leren.

Onderzoek naar de invloed op leren heeft zich tot nu toe vooral beperkt tot negatieve emoties, zoals faalangst. Onderzoek naar de invloed van gevoelens van welbevinden zoals trots, hoop en plezier staat nog in de kinderschoenen.

Toch kunnen we met de inzichten die we nu hebben voorzichtig een aantal basisprincipes benoemen die er aan bijdragen dat emoties en leren effectief samenkomen in het onderwijs.

Zorg voor:

  • aandacht
  • uitdaging en nieuwsgierigheid
  • aansluiten bij beleving
  • autonomie
  • veiligheid,

en vermijd langdurige stress.

Aandacht

Emotie is een sterke kracht in het leren en onthouden. Een sterke emotie, bijvoorbeeld een verassingseffect bij een presentatie, richt de aandacht direct op wat er verteld wordt.

Je aandacht, en dus ook je werkgeheugen, heeft op dat moment de juiste focus om met de nieuwe informatie aan de slag te gaan. Die aandacht is een voorwaarde om te onthouden en te leren. Het triggeren van sterke emoties zorgt voor aandacht om te kunnen leren!

Tip 1: Zorg voor hernieuwde aandacht bij je studenten door te verassen met een aansprekend plaatje of een kort filmpje dat niet te vanzelfsprekend in het onderwerp past.

Tip 2: Sla het boekje Krachtig geheugen er nog eens op na. Daarin staan aanbevelingen hoe je het werkgeheugen van je studenten optimaal belast, zodat ze zo goed mogelijk hun aandacht bij het leren kunnen houden.

Uitdaging en nieuwsgierigheid

Er moet een uitdaging zijn om te leren. Binnen enkele seconden wordt in je hersenen bepaald of je gemotiveerd raakt of dat je afdwaalt.

Het brein onderscheidt

  • relevante interessante stimuli
    van:
  • niet relevante, oninteressante stimuli

door te focussen op datgene dat het denkt nodig te hebben.

Informatie is dus niet neutraal. In die zin pakken we er dingen uit die passen in onze eigen denkwijze en bij onze persoonlijke ervaring. Daarom is het soms lastig om open te staan voor andere denkbeelden die niet stroken met de eigen ervaring.

De juiste interactie tussen docent en student is van essentieel belang. Vermijd dat je te lang aan het woord bent. Betrek studenten erbij door hen tussendoor vragen te stellen over de stof, over hun persoonlijke ervaringen en eigen denkwijzen.

Als je gelooft in je studenten kun je ze - ook bij een moeilijke vraag - begeleiden naar het juiste antwoord. Het brein (en het werkgeheugen) wordt geactiveerd. De student voelt zich uitgedaagd en trots als het juiste antwoord gevonden is.

Tip: Stel de studenten een vraag die hen 'net boven de pet gaat'. Ze kunnen het antwoord vinden maar moeten daar nieuwe informatie en kennis bij gebruiken.

Aansluiten bij beleving

Het prikkelen van de zintuigen of refereren aan persoonlijke situaties kan ervoor zorgen dat een student emotioneel betrokken raakt bij de inhoud. Lesstof kun je feitelijk, aan de hand van getallen of procenten, toelichten. Maar door het persoonlijk te maken zal de informatie beter blijven hangen.

Informatie wordt beter opgeslagen als deze is verbonden met emoties. Op die manier dringt het door naar het langetermijngeheugen.

Maar pas op: te heftige emoties kunnen juist leiden tot blokkades. De mate waarin verschilt per individu en is onderwerp van onderzoek.

Tip: Vraag aan studenten of ze ervaring hebben met het thema dat besproken wordt of wat hierover hun persoonlijke mening is.

Stimuleer autonomie

Door het verhogen van autonomie van studenten wordt het dopaminegehalte bij hen verhoogd. Studenten worden intrinsiek meer gemotiveerd om te leren.

De mate van invloed die iemand ervaart en de keuzevrijheid in het handelen bepalen het gevoel van autonomie. Autonomie leidt tot betere resultaten bij taken.

De docent die een bepaalde mate van autonomie geeft motiveert zijn studenten. Het is wel belangrijk is dat hij voldoende richtlijnen en houvast geeft. Als studenten te veel vrijheid en keuzemogelijkheden krijgen ontstaat keuzestress en uiteindelijk chaos in de klas.

Tip: Laat studenten kiezen uit verschillende werkvormen die je als docent kunt aanbieden. Zijn ze op dit moment toe aan een samenwerkingsopdracht? Of hebben ze meer behoefte om vragen te stellen over de net gepresenteerde stof?

Op deze manier ervaren studenten invloed op hun eigen leren. De werkvorm sluit aan bij de leerbehoefte van dat moment.

Zorg voor veiligheid

Voordat studenten hun aandacht schenken aan de lesstof, moeten ze zich fysiek en emotioneel veilig voelen. Ieder mens wil graag serieus genomen worden en heeft behoefte aan erkenning en waardering.

De docent moet het gevoel geven dat hij de student wil helpen in plaats van betrappen op fouten. Hersenen reageren namelijk eerder op informatie die helpt bij 'overleven' dan op nieuwe lesstof. Een gevoel van onzekerheid leidt snel tot afleiding.

In die zin staat overleven niet alleen voor voldoende water, voeding, warmte etcetera, maar ook voor emoties die je schade toebrengen.

Bij stress komt cortisol vrij en dit activeert onze verdedigingsmechanismen (The Fight or Flight Reaction, zie video).

Als een student een omgeving als positief ervaart komt endorfine vrij. Dit zorgt ervoor dat een leermoment als plezierig en succesvol wordt beleefd.

Tip: Herhaal als docent de positieve input (bijvoorbeeld een goede vraag) van studenten. Benoem dit naar de hele groep.

Zo laat je studenten merken dat hun input er toe doet. Je stimuleert deelname en creëert veiligheid voor het stellen van vragen.

Vermijd langdurige stress

Een geringe mate van stress en alertheid is goed voor de hersenen. Een teveel aan stress brengt het lichaam in de gevechtsstand (Zie video The Fight or Flight Reaction). Stresshormonen vergiftigen dan de breinfuncties. Op lange termijn kan dit schade aan het geheugen met zich meebrengen.

Er is bewijs dat chronische stress het functioneren van de hersenen op celniveau verandert. Onderzoekers van de Hotchkiss Brain Institute in Calgary ontdekten dat boosheid de werking van de neuronen in de hypothalamus verstoort.

De hypothalamus is het commandocentrum van de hersenen als het gaat om het reageren op stress. Normaal krijgen deze neuronen verschillende chemische signalen die er voor zorgen dat zij 'aan' of 'uit' staan. Stress en woede verstoren dit  proces. Het vermogen van de hersenen om af te remmen komt in gevaar.

Andere studies tonen aan dat stress de groei van nieuwe neuronen in de hersenen blokkeert. Dat leidt tot een zogenaamde neuronale dood of depressie. Een verhoogde hoeveelheid stresshormonen kan ook leiden tot geheugenstoornissen en leermoeilijkheden.

Tip: Het ervaren van faalangst kan leiden tot chronische stress bij studenten. En dat kan het leren ernstig belemmeren.

Wees alert op tekenen van faalangst bij je studenten en bespreek dit. Een doorverwijzing naar een decaan of SLB-er kan helpen.

Hoe werkt stress evolutionair gezien?

Deze video laat zien wat er in ons lichaam en brein gebeurt als wij stress ervaren.

Ons brein in nog steeds ingesteld op het instinct van 'vechten of vluchten'. Dit proces gaat geheel onbewust!

Een bak met ijswater helpt

Wil je meer onthouden? Doe je arm in een bak met ijswater na het leren!

Deze video toont aan dat het veroorzaken van een specifieke vorm van kortdurende stress het vooraf geleerde beter laat onthouden. Dit blijkt uit onderzoek Jim McGaugh van de Universiteit van California. Bij korte stress wordt de amygdala geactiveerd. De amygdala geeft vervolgens een signaal aan de hippocampus: "Wat er nu gebeurt is heel belangrijk om te onthouden".

Laatst bijgewerkt op 11 september 2015.