Tevredenheid van studenten en alumni: substituut of complementair?
Aangepast op 10 februari 2012 Door Wil Kwinten
Paper in samenwerking met het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) voor Onderwijs Research Dagen 2012
Door: Christoph Meng, Wil Kwinten en Theo Nelissen
Volledig document: ![]()
Samenvatting:
De kwaliteit van het hoger beroepsonderwijs wordt regelmatig betwijfeld. Te gemakkelijk zouden studenten diploma’s halen en de waarde van diploma’s zou ook twijfelachtig zijn.
Het meten van de kwaliteit van, en de tevredenheid over het hoger beroepsonderwijs staan dan ook hoog op de agenda’s van betrokken actoren (bijvoorbeeld OCW, HBO-Raad). Echter, de meest betrokken stakeholders zijn misschien wel de studenten zelf. Zij ondervinden immers dagelijks de consequenties van mogelijk kwalitatief mindere opleidingen. De tevredenheid van deze klanten speelt dan ook steeds vaker een cruciale rol bij beleid, zoals bij prestatieafspraken tussen hogescholen en het ministerie.
Voor onderzoekers die zich bezighouden met studenttevredenheid dienen zich meteen twee belangrijke vragen aan:
-
Hoe meet je de tevredenheid van de klant?
- Wanneer meet je de tevredenheid van de klant?
De keuzes (operationalisaties) die gemaakt worden bij deze vragen beïnvloeden de gemeten tevredenheid. Het is echter opvallend hoe weinig wetenschappelijke publicaties hierover gaan. Dat geldt ook voor theorie en modelvorming over de ontwikkeling van tevredenheid in de tijd.
Het hbo bevindt zich internationaal bezien in een unieke situatie. De tevredenheid over de opleiding wordt zowel tijdens de rit (Nationale Studenten Enquête) als ook achteraf - na toetreding tot de arbeidsmarkt - gemeten door de HBO-Monitor.
Hierdoor is het mogelijk om te analyseren in welke mate de tevredenheid van studenten een voorspeller is van de tevredenheid van afgestudeerden.



