WHW

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres

De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek
(WHW) is ingevoerd in 1992 en is dus al 19 jaar het wettelijk kader waarbinnen wij werken.

 

Studielast

Een belangrijke vernieuwing die deze wet meebracht was het principe van de studielast. Een gemiddelde student werd geacht ongeveer evenveel tijd aan zijn studie te besteden als een gemiddelde werknemer aan zijn werk, dat wil zeggen 1680 uur per jaar. De instelling moet er voor zorgen dat het programma zo is ontworpen dat hier aan voldaan wordt, en regelmatig meten of dit nog klopt. Blijkens de CAO-HBO heeft een medewerker in het HBO het iets gemakkelijker met 1659 uur.
De studielast is bekend met de eenheid waarin het wordt gemeten, namelijk het 'studiepunt', gelijk aan 28 uren studie. 

 

HBO en WO samen als hoger onderwijs in één wet

Een andere belangrijke vernieuwing was dat voor het eerst het HBO en het WO (de universiteiten) samen als hoger onderwijs in één wet werden behandeld. Dit kan gezien worden als een stukje emancipatie van het HBO. Vóór de WHW gold voor het HBO korte tijd de Wet op het HBO (WHBO), maar daarvoor viel het HBO tientallen jaren qua wetgeving onder het voortgezet onderwijs.

De WHW is in de loop der jaren telkens aangepast, met onder meer de accreditatie, de bindende afwijzing, regelingen voor aanvragen van nieuwe opleidingen en ook zijn er tal van uitvoeringsregelingen uitgebracht.